Pieter Joseph Kuchen

1902 - ??

Zoektocht: 1942 - 1945


In 1943 wordt Pieter (nu dus Peter Kochen) verplicht toe te treden tot de Wehrmacht, omdat hij door het Duitse hoofdkwartier alsnog werd gezien als Duitser.

Er is een boek verschenen onder de titel 'Operatie Black Tulip', geschreven door Jan Sintemaartensdijk en Yfke Nijland. Hierin wordt beschreven dat alle van oorsprong Duitsers in 1943 verplicht werden toe te treden tot het Duitse leger.

Van Deutsche Dienststelle WASt in Berlijn heb ik zijn loopbaan binnen het Duitse leger ontvangen.

foto: Deutsche Dienstelle WASt in Berlijn

Uit de informatie die uit Berlijn heb ontvangen (de originele brieven zijn verderop afgebeeld) blijkt dat helaas ook hier niet de uiteindelijke bestemming van Pieter bekend is, hetgeen de medewerkers van de Deutsche Dienstelle wijten aan het verloren gaan van gegevens in de laatste weken/maanden van de oorlog.

Uit hun dossiers blijkt:
  - Als huisadres is in eerste instantie opgegeven mevrouw Lobbezo,
    dit is afwijkend van de officiële naam Lobbezoo.
    Later staat de naam Lobbezoo wel juist vermeld.

  - Pieter is in dienst gekomen op 1 augustus 1943.
  - Hij heeft gediend bij:
    -- Ortkommandantur Schutzgruppe -2934- O.K. I/876.
       Deze Schutzgruppe viel onder Breda.
    -- Landes-Schutzen-Ersatz und Ausbildungsbataillon -9992- Lds.Schtz.E.u.Btl.11
    -- Melding: 15.12.1944:    Niet inzetbaar.
        Hierbij wordt direct de opmerking gemaakt dat de datum van inschrijving niet
        altijd de juiste datum is. Hier kon wel 3 maanden tussen zitten.
        Dit verklaart ook de volgende melding:

    -- Melding 1-12-1944 Landes-Schutzen-Ersatz und Ausbildungsbataillon 11,
        Standplaats Hieldesheim.

Er zijn geen meldingen bekend dat Pieter gevangen genomen is, dan wel vermist is. Hier stopte toen voorlopig het spoor.

Uit de brieven uit Berlijn(hieronder afgebeeld):

blijkt dat het volkomen onbekend is wat er met zijn bataljon gebeurt is. Er zijn meldingen van vermisten uit Göttingen, maar ook worden plaatsen als Brackwede (omgeving Bielefeld) genoemd. Waarschijnlijk is deze eenheid mobiel inzetbaar geweest.
Het spoor Berlijn had dus niet echt veel nieuwe bruikbare informatie opgeleverd. Het zoeken ging dus verder.

Overigens blijkt uit het dossier van het Rode Kruis dat Pieter bij de Duitsers ook bekend stond als Joep Kochen (dit blijkt niet helemaal waar, uit opgave van het WASt in Berlijn blijkt dat het gaat om Peter Josef Kochen).

In deze periode wordt hij ingedeeld bij de Schutztruppen (onderdeel van de Wehrmacht), en wordt hij geplaatst in Kazerne Waterloo in Amersfoort, waar hij de gevangenen moet bewaken.

In eerdere versies van de website heeft hier gestaan dat de Waterloo Kazerne later is omgedoopt tot "Kamp Amersfoort".
Dit was gebaseerd op de verklaring van mijn oma tegenover de politie. Dit blijkt onjuist te zijn.

Van een historica ontving ik de volgende mail:
" Uit de Duitse documentatie blijkt overduidelijk dat er indeling plaatsvond bij de Wehrmacht, niet SS-battallion Nordwest. Geen dienst bij Kamp Amersfoort.
Dat er als infanterist bij toerbeurt wachtdienst werd gedraaid bij de 'Waterloo Kaserne' (de vroegere en tegenwoordige Bernhardkazerne te Amersfoort) is plausibel. Wachtdiensten werd via schema's door onderdelen gedaan. De 'Waterloo Kaserne' was een bezettersnaam voor Bernhardkazerne."
De 'Waterloo Kaserne' was dus niet Kamp Waterloo, dat kamp was ook in de buurt, waar eenheden van de Arbeidsdienst en hulptroepen (ook Grüne Polizei c.q. Ordnungspolizei) zaten!
De 'Waterloo Kaserne' kende een afdeling voor gevangenen, maar dat waren krijgsgevangenen!
In 1943 bijvoorbeeld de Nederlandse ex-militairen die weigerden zich te melden voor heropneming in krijgsgevangenschap in Duitsland.
In 1944 militairen van de fronten, juist ook van Brabant en Limburg, waaronder gevangenen van geallieerde legereenheden maar ook leden Irene Brigade. Rondom de slag om Arnhem zaten er enkele duizenden 'airborns' gevangen.
De geschiedenis van het krijgsgevangenenkamp 'Waterloo Kaserne' te Amersfoort is nooit beschreven, nimmer onderzocht en gedocumenteerd. Vrijwel niemand weet er iets van.
Een straf voor meewerken aan illegale post voor gevangenen betrof dus een gevangen militair krijgsgevangene, onder bewaking van de Wehrmacht (niet SS en niet SD)."

Hier heeft hij onder zijn stamnummer brieven laten verzenden door de gevangenen, en heeft op dezelfde wijze ook post voor hen ontvangen.
Hij is hierbij betrapt en later berecht door Oberinspector Kalinka in Utrecht. Omdat de bewijzen waarschijnlijk (volgens een deskundige van het Rode Kruis) niet afdoende waren kreeg hij hiervoor niet de doodstraf, maar is hij veroordeeld tot gevangenisstraf in Scheveningen. In augustus 1944 wordt hij opgesloten in de gevangenis aan de Pompstationweg in Scheveningen. (opm. dit komt overeen met het dossier in Berlijn waaruit blijkt dat hij in 1944 korte tijd als niet inzetbaar te boek heeft gestaan).

Annie staat iets bij over een verhaal van een zoon van een freule uit de buurt van Hilversum die door Pieter gered zou zijn, nadere bijzonderheden hierover zijn mij (nog) niet bekend. Er schijnt ook een brief geweest van deze freule waarin zij aanbied na de oorlog in te staan voor de integriteit van Pieter. Over deze brief is in de dossiers niets terug te vinden.

Tot oktober 1944 zou hij gedetineerd blijven in de gevangenis in Scheveningen, daarna wordt hij naar Duitsland gezonden. Ik heb geprobeerd het strafdossier van deze zaak te pakken te krijgen, maar volgens opgave van het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie) is dit soort strafdossiers vrijwel niet bewaard gebleven, omdat heel veel dossiers bij de bevrijding van Nederland door de Duitsers vernietigd zijn. Ook op Pieters naam is bij het NIOD niets meer terug te vinden over het proces.

In december 1944 krijgt Maria van de al eerder genoemde Ortgruppeleiter Müller het dringende advies om Heerlen te verlaten en naar Duitsland te vluchten. Annie heeft een herinnering dat op de ochtend van hun vertrek een pleegbroer van Maria - Willy Munk (of Munck) - de tuin in is komen rennen en heeft geroepen 'jullie moeten nu vertrekken'.
Op dat moment werden de meubels al verhuisd naar de buren. Maria doet dit op zijn advies omdat 'haar man gevangen zit en dus niet met hem kan overleggen'(uit de officiële verklaring van oma tegenover de politie in mei 1945). Maria vlucht met haar kinderen naar Amelsen.

De zoon van Müller - Hans - heeft bij Annie in de klas gezeten, zijn zusje heeft hun begeleid naar Amelsen waar ze op een boerderij verblijven.
De reis naar Amelsen verloopt met de trein. Annie kan zich nog herinneren dat Olga de hele nacht heeft gehuild omdat haar speen gevallen was en niemand deze in het donker kon vinden.

In Amelsen verblijven zij op het adres Amelsen 52, Kreis Einbeck. Dit adres is tegenwoordig 37586 Dassel, Ortsteil Amelsen, Hannoversche Strasse 15.

   
foto's hierboven: De boerderij anno 2010

In Amelsen blijkt dat Pieter inmiddels is overgeplaatst naar de Ledeburkazerne in Hildesheim (ongeveer 55 km van Amelsen)(foto onder).

Uit de verklaringen van Maria - en ook Annie kan zich dit nog herinneren - blijkt dat Pieter in januari 1945 vanuit Hildesheim nog naar Amelsen gekomen is, en daar zijn familie (voor het laatst) heeft gezien.
Van Annie heb ik pas in 2012 gehoord dat zij met haar ouders naar Northeim is gereisd omdat zij daar in een sanatorium werd opgenomen. Daar heeft zij haar vader voor het laatst in het centrum gezien.
Het is bekend bij het Rode Kruis - en informatie die ik heb gevonden wijst in dezelfde richting - dat de kazerne in Hildesheim een SS-opleidingskamp was voor Wehrmachtsoldaten die naar het Oostelijk front moesten.

Na dit moment is er - naast een brief die later behandeld zal worden - niets meer van hem vernomen.
Als we de geschiedenis terugkijken, waren er op dit moment een aantal belangrijke ontwikkelingen:
 - De Russen stonden bij de oevers van de Oder en naderden de Elbe, oftewel bedreigden Berlijn
 - Er was een legereenheid vooral bestaande uit Nederlanders in Duitse dienst, die betrokken was bij een tegenoffensief in het noorden van Duitsland
 - De Amerikanen kwamen vanuit het westen opzetten, en waren ook hard op weg naar de Elbe en Berlijn
 - De Duitsers wilden een tegenoffensief beginnen in Hongarije.

Het is niet uitgesloten - sterker nog zeer waarschijnlijk - dat Pieter naar één van deze frontlinies is gezonden.